|
|
3 augustus Kathmandu (20e reisdag)
Met de wekker op half 9 mochten we vandaag lekker uitslapen. We hebben allebei heerlijk geslapen en dan je er tenminste weer goed tegenaan. Om 9 uur bestellen we een ontbijt in ons hotel Buddha. Omelet en gebakken eieren met toast en een grote pot zwarte thee. Met een goed gevulde maag lopen we om 10 uur naar een fietsenverhuurbedrijf vlak bij het hotel.
Ze hebben er te weinig mountainbikes, dus Astrid en Ton krijgen een stadsfiets. We betalen 165 NPR per fiets per dag. De zadels worden op hoogte gesteld en dan vertrekken we naar Swayambunath. Deze monkey-tempel is een Stupa op een heuvel met een grote tempel. In een lange sliert rijden we links van de weg door Kathmandu. We ontwijken kuilen, motors, voetgangers, auto’s, fietsriksja’s. Zonder kleerscheuren wordt de rotonde genomen. Dit is kicken. Maar dan begint de weg te stijgen. Mijn fiets is zwaar kut, want als ik kracht zet trapt hij door. De ketting en de derailleur zijn niet goed afgesteld. Ik krijg de fiets van Astrid, maar omdat hier geen versnellingen opzitten, moet ik de heuvel op lopen. Dat geldt trouwens ook voor een aantal mountainbikers.
Als we bij de tempel aankomen, parkeren we de fietsen tegen een hek en gaat Astrid op zoek naar een fietsenmaker. Omdat de tempel op een heuvel ligt, moet een flinke trap beklommen worden. Dit is weer zweten. Op de trap hebben handelaren hun waren uitgestald, die ze aan de man/vrouw proberen te brengen. Uiteindelijk bereiken we het ticketoffice, waar ik 2 kaartjes koop voor 75 roepies per stuk. Nog een paar treden en we hebben een adembenemend uitzicht over Kathmandu. Swayambunath is prachtig, maar ook hier zijn veel souvenirwinkeltjes. José koopt voor 200 roepies een sliert Nepalese vlaggetjes voor in de klas. Dan zien we een mooie houten Ganesha. Precies wat we zoeken.
De verkoper vraagt € 60 , maar ik geef direct aan dat ik dit niet wil uitgeven. José zet het beeld terug en ik bied € 20 en loop weg. Na wat treuzelen komt de verkoper me achterna met een rekenmachine en vraagt om mijn “best price “. Ik toets 20 in. Geen reactie, dus maak ik weer aanstalten om weg te gaan. Dan word ik op mijn schouders getikt en is de deal rond. We zijn allebei erg gelukkig met deze prachtige hindoeïstische aanwinst. Ganesha verdwijnt in de rugzak. We slenteren nog wat over het complex en gaan op een terrasje, samen met Irma en Kees, een colaatje drinken. Na de cola gaan we met onze vermoeide spieren, ( we hebben volop spierpijn van gisteren ) de afdaling inzetten. Als we opgestart zijn valt het wel mee. José koopt onderweg nog een gebedskraal met touwtje voor 100 NPR.
Als de groep beneden compleet is willen we om 13.30 uur vertrekken. Maar de voorband van Frans is lek, en moet Astrid eerst een vervangende fiets regelen. Voor 80 roepies lukt dat. Daar gaan we dan. Na een kwartiertje afdalen bereiken we Durbar Square. We kopen 2 kaartjes van 200 per stuk, om het plein op te mogen. Durbar betekent paleis. We bezoeken dus het paleizenplein. We bezichtigen eerst de tempels en als we weer vlak bij het startpunt zijn, nemen we op een dakterras de lunch.
Vandaag wordt het tomatensoep en chow mein vegetables, met natuurlijk bier en cola. Na het eten gaan we verder met het bezichtigen. Tijdens het wandelen worden we gevolgd door een lilliputtervrouwtje. Ze heeft veel plezier en wil maar al te graag met ons op de foto. Bij een tempel is net een koe geofferd. Het onthoofde beest wordt in een fietsriksja geladen, met de kop er bovenop.
Als ze wegrijden laten ze een heel spoor van bloed achter. Het is best een luguber gezicht en we vragen ons af wie er vanavond in deze riksja een ritje gaat maken. Omdat het al kwart over 3 is en het grote paleis om 4 uur sluit, besluiten we om er maar niet meer in te gaan. Dat bespaart weer 200 roepies entree. We lopen nog een stukje en halen dan de fietsen op. We gaan terug richting hotel. Eerst brengen we de fietsen terug. Astrid maakt de verhuurder duidelijk, dat hij slechte fietsen heeft geleverd. Er volgt een heftige discussie, ook over de fiets van Frans, die nog bij de tempel staat.
Astrid is zo gek om er weer heen te rijden en de fietsen om te ruilen. Wij gaan naar het hotel, waar we in de tuin met een flinke ploeg aan de Carlsberg gaan. Na het bier gaan we naar de kamer en nemen een verkwikkende douche. Om half 8 gaan we met Irma en Kees eten bij K.C.’s. Daar gaan we weer op niveau zitten, alleen kunnen onze benen nu in een kuil onder de tafel. We hangen lekker in de kussens en bestellen allebei een tenderloinsteak. José met rode wijn saus en ik met zwarte pepersaus.
De steak is voortreffelijk en veel beter dan bij Bistro Caroline in Pokhara. De wijn van José is aan de zoete kant, maar de sfeer en de bediening maken alles goed. Tijdens de maaltijd hebben we met z’n vieren veel plezier als we een quiz samenstellen voor Astrid.
We nemen nog een afzakkertje bij de Irish Pub. In één uur wordt Dirty old town van de Dubliners wel vier keer gedraaid. Beetje eentonig. Rond half elf lopen we in de regen naar ons hotel. Moe maar voldaan kruipen we in bed. Het was alweer een geweldige dag in een mooi land.
4 augustus Kathmandu (21e reisdag)
Om 7 uur is het opstaan geblazen. We kunnen nog net een kop thee drinken voordat we met de bus naar Patan en Bhaktapur, de twee koningssteden, vertrekken. Met z’n dertienen lopen we naar het pleintje waar de bus staat. We ploffen op de voorste bank neer. Dat mag ook wel eens, want daar krijg je nooit de kans toe. Later op de dag is het wel goed lullig, dat een aantal mensen de bus invliegt, om toch maar weer vooraan te zitten, waar ze overigens zowat de hele reis gezeten hebben.
Jammer voor ons, zielig voor hen. Eenmaal in Patan is het ticketoffice onbemand en gaan we maar op stap zonder kaartje. We lopen eerst een lange straat uit en komen dan in het oude stadscentrum. Natuurlijk staan de verkopers al klaar. We bekijken de tempels aan de buitenkant. Omdat we geen Hindoes zijn, mogen we er niet in. De plaatselijke markt met groenten, bloemen en huishoudelijke artikelen gaat aan ons voorbij. Voor 5 roepies koop ik een kaarsje. Alweer een souveniertje voor de plank gescoord. Het is knap druk in Patan en na vele tempels, straatjes men foto’s zijn we toe aan een bakkie koffie. Op de 2e etage van een café komen we even bij.
Om 10 uur gaan we weer naar de bus. Die brengt ons na een mooie rit in Bhaktapur. Wat is dat een verademing. Een schitterend oud stadsdeel zonder verkeer. De smalle straatjes, de aardige mensen, de mooie gevels. Dat is wel 750 roepies p.p. waard. We zien een pasgeboren baby, de mama wordt lekker gemasseerd. Ik knuffel met een peuter, die mijn gekleurde armbandje zo leuk vindt. Ik help een klein ventje zijn vlieger op te laten. Iedereen geniet hier intens.
Maar ook voor de inwendige mens moet gezorgd worden. Met het uitzicht op een levendig Durbar Square en een mooie tempel eten we een soepje en drinken bier en cola. Als alles op is en afgerekend ( 460 NPR ) gaan we op zoek naar de pottenbakkers. Op een pleintje wordt hard gewerkt, maar liever verkocht. Ik zou niet weten wat ik er moest kopen. Het is of kitsch of groot en zwaar. Laat maar.
Nog even door leuke straatjes met tekeningen en textiel en dan is het opnieuw tijd om de bus op te zoeken. Terwijl we naar beneden lopen, loopt een meisje met ons mee. Ze heeft petten in de aanbieding voor 150 roepies. Ik houd stug vol, dat ik de groene pet voor 100 wil hebben. Hoe dichter we bij de bus kwamen, hoe lager de prijs werd. Het is gewoon een spel. Uiteindelijk heeft Phons voor 110 een Nepalese cap.
We weten de chauffeur over te halen naar Nagarkot te rijden. In Nagarkot vertrekken veel Himalaya-expedities. We hopen daar de toppen van de Himalaya te kunnen zien. De bus kruipt over een hele smalle weg, al slingerend naar boven. Gelukkig is het overal erg rustig en komen we er zonder problemen. We stoppen aan het einde van de weg. Aan de temperatuur kun je merken, dat je hoog zit. Vanaf een hoogte van zo’n 2000 meter zien we in de verte wazig de besneeuwde toppen. Helaas is het niet helder, maar het dal, met in de verte Kathmandu is wel mooi. Na vijftien minuten gaan we weer weg. Heel rustig en vakkundig laveert de chauffeur de bus naar het dal. We genieten nog even van het groene landschap voordat we de stad binnenrijden. De tuin van Buddha-hotel wacht op ons.
Na een frisse pint en nakletsen over de dag, gaan we douchen en bedenken waar en wat we vanavond gaan eten. Wordt het Italiaans of Thais ? Het wordt dus de Thai. Bij YingYang smullen we van de kip met cashewnoten en de beef met groenten. Daarbij kwam nog rijst, Carlsberg en witte wijn. Op ons gemak genieten we van het eten en de avond. Een van de obers komt zijn Engels oefenen en is er geïnteresseerd in de politiek van Europa.
Maar tegen half 10 rekenen we toch maar af. In vergelijking met alle andere keren is dit een dure avond. We betalen 1800 NPR oftewel zo’n 22 euro. Dat is erg veel voor hier.
We zijn moe en verlangen naar ons bed. De laatste actieve dag zit erop en dat voelen we toch wel. Onze laatste volle dag in Kathmandu zal rustig worden. Lekker uitslapen, ontbijten, winkelen, op een terrasje zitten. Ons voorbereiden op het afscheid van Nepal, en natuurlijk India, en de terugreis naar Nederland. Om 10 uur gaat het licht uit en vallen we allebei als een blok in slaap.
5 augustus Kathmandu (22e reisdag)
Na een nachtrust van bijna elf uur staan we tegen negenen op. Al hebben we bast goed geslapen, toch zijn we nog moe. Ontbijten doen we bij Pumpernickel. Aan een loketje bestel ik wit en bruin brood, een groet pot thee, scrabled egg, omelet en jam. In etappes wordt het ontbijt van 220 NR gebracht. We bevinden ons in een internationaal gezelschap op het aftandse terras. Maar alles smaakte prima en het brood was kersvers.
Daarna slenteren we langs de vele winkeltjes in de drukke, smalle straatjes. We vinden er niks naar ons zin, maar wel 3 pakjes tika’s van 5 roepies per stuk. Naar de rode opplakstippeltjes, die overal in overvloed te koop waren, hebben we hier lang moeten zoeken. Als we geen zin meer hebben, gaan we terug naar het hotel. Daar nemen we eerst een O.R.S. omdat we ons allebei niet fit voelen. We pakken onze leesboeken en gaan naar de hoteltuin.
Toch geweldig, zo’n oase van rust in de hektiek van de stad. Herman en Willie zitten al in de tuin. Zij doen het ook rustig aan vandaag. We lezen wat en tussen de bedrijven door koopt José nog drie zijden sjaals voor 550 NR. we lunchen in de tuin. De cola’s zijn snel gebracht, maar de springrolls met friet laten lang op zich wachten. Ze hebben er werk van gemaakt en ze smaken heerlijk. José geeft aan het kleine meisje, dat in de tuin rondhuppelt, een paar vingerpoppetjes. De hele familie is dolgelukkig en heeft veel plezier. Als de opa een leeuwtje krijgt, dan ligt iedereen in een deuk. We kunnen niet meer stuk. Intussen zitten we met z’n tweeën in de tuin. Rond drie uur komen Kees en Irma bij ons zitten. We lezen, drinken een pilsje en bereiden met vieren de afscheidsquiz nog voor.
Tegen vieren komen Herman en Willie terug en vallen Frans en Jopi ook op de klep. De hoogte en temperatuurmeter van Herman en mij worden vergeleken. Ze sporen niet steeds helemaal met elkaar en het levert komische momenten op. Als José om 5 uur de bagage begint te herschikken, loop ik nog even naar een CD/DVDwinkeltje. Ik kan de verleiding niet weerstaan en koop 2 DVD’s: U2 Go home live from Slane Castle Ireland en Eric Clapton & Friends in concert. Dat voor 500 NR samen.
Om half 8 gaan we met de hele groep naar Third Eye Restaurant voor het laatste avondmaal in nepal. Op de 1e verdieping installeren we ons aan een grote tafel. Omdat het intussen is gaan regenen, komt er nog een groep luidruchtige Italianen bij. Het is ook overal ter wereld hetzelfde: Italianen blèren overal bovenuit en houden met niemand rekening. We bestellen steak met tomaten, en Phons, die denkt dat hij bij Anvers is, neemt een tournedos Rossini.
Wanneer iedereen is uitgegeten, probeert Kees boven het lawaai uit een speech te houden voor Astrid. Na de toespraak volgt de quiz. Astrid moet vragen beantwoorden die betrekking hebben op alle mensen van de groep. Ieder fout antwoord kost haar een greep in het tasje met inhoud. Met de bonusvraag kan ze haar verlies terugwinnen. De door Irma, Kees en ons samengestelde quiz viel bij iedereen in goede aarde, want er werd hard meegedacht. Even een opsomming van de vragen:
- Wie reed de alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee ? ( Herman ) - Wie genoot het meest van de olifantentocht ? ( Willie ) - Wie koopt er CD’s bij de concurrent ? ( Ton ) - Met wie kun je een partijtje dammen ? ( Marianne ) - Wie vindt Bollywoodfilms slaapverwekkend ? ( Jantien ) - Wie werd er in de boot genomen ? ( Vincent ) - Van wie is de kleur ogen onbekend en zag de vakantie door lenzen ? ( Jopi ) - Wie is onze shop-ahollic ? ( Frans ) - Wie viel er buiten de boot ? ( Pauline ) - Wie houdt er van pillen en pillen ? ( Elline ) - Wie had er het eerste last van een Deli-belly ? ( Kees ) - Wie krijgt nooit genoeg van de zon ? ( Irma ) - Wie is er free-lance fotograaf ? ( Daniëlle ) - Wie houdt er van bouten ? ( Jeroen ) - Voor wie is 12 uur een belangrijk tijdstip ? ( Phons ) - Wie zag deze vakantie de meeste panters ? José )
En de bonusvraag: Wie is onze kanjer ? ASTRID
Het heeft Astrid soms wat moeite gekost, om het goede antwoord te vinden, maar het antwoord op de bonusvraag kreeg ze in koor van ons. Het tasje met inhoud heeft ze dubbel en dwars verdiend, want zonder haar geregel en initiatieven, hadden we veel minder van India en Nepal gezien.
Na het afrekenen gaan we naar New Orleans, een disco. Helaas was deze tent gesloten.
Daarom gaan we naar Tom and Jerry. Geen verkeerde keuze. Het is een drukke, gezellige tent, versierd met t-shirts en voetbaldasjes. Het is er hartstikke leuk, maar na een paar flessen bier en gin-tonics, haken we om half één af. Het is mooi geweest. De poort van het hotel is al gesloten, maar na wat bellen en rammelen kunnen we door een soort kattenluik naar binnen kruipen. Welterusten allemaal. We gaan pitten. De laatste nacht in Nepal.
  |