Om half 9 gaat de wekker en ik voel me heel veel beter. Het lange slapen heeft me goed gedaan. Rond 9 uur gaan we ontbijten en we nemen allebei scrambled eggs on toast en thee. Het smaakt prima. Na het afrekenen nog even toiletteren en dan de stad in. Met de fietsriksja laten we ons voor 30 roepies afzetten in de buurt van het oude centrum. Vanaf dat punt gaan we op zoek naar Dasaswamedh Ghat. Makkelijker gezegd dan gedaan. We worden steeds in een bepaalde richting gestuurd, maar kunnen niks vinden. Daarom gaan we eerst maar even internetten. De kosten zijn het niet: 10 roepies voor een half uur.
Intussen passeren hordes mannen de straat. Het oogt beslist niet vriendelijk. Ze gooien met iets en jouwen winkeliers uit, die snel hun handel binnenhalen en de rolluiken laten zakken. Een agent trekt ons achteruit en zegt: ”bad people.” nog steeds op zoek naar de Ghats komen we Kees en Irma tegen. Ze zitten in dezelfde fietsriksja. Zij hebben hetzelfde doel. Ze stappen uit, en samen gaan we op zoek. Eerst drinken we op straat nog een colaatje. Na lang zoeken en veel vragen vinden we eindelijk Dasaswamedh Ghat.
Het was niet echt spectaculair, maar toch. Dan ontdekken we Astrid, en met z’n vijven gaan we op zoek naar Marnikarnika Ghat. ( diamond-earring-steps) oftewel Burning Ghat. Een ventje wil ons de weg wel wijzen. Door binnenpaadjes kringelen we door de stad. Smal, donker, smerig, koeien. Je zou het zelf niet zoeken. Onderweg wijst hij ons op allerlei tempeltjes. Het is een hele excursie. Plotseling is er ruimte en staan we midden in de houtvoorraden voor de crematies. Vanaf dit punt, is het uit oogpunt van respect, verboden te fotograferen. Op afstand zien we de verhoging waar lijken verbrand worden. Het rookt enorm.
We worden uitgenodigd naar boven te komen en we klauteren naar een dakterras van een gebouw, waar mensen terecht kunnen om te komen sterven. Vanaf het dak hebben we een geweldig uitzicht op de Burning Place. Zo’n 8 brandstapels staan in de fik en eentje wordt in orde gemaakt. In de rivier wordt een lijk ondergedompeld, om gereinigd te worden, en op een hoek staat een man as te zeven, op zoek naar restjes goud of zilver. Het is net of we midden in een film staan. De eigenaar van het gebouw geeft erg duidelijk uitleg. Het is fascinerend. Je komt er niet van los, al is de rook ( de stank valt wel mee ) niet aangenaam. Als de man voorstelt naar beneden te gaan naar de Burning Place zelf, zeggen we beslist geen nee.
De man zegt dat de betrokken families geen bezwaar hebben, en volgens mij heeft hij in de gaten dat we oprecht belangstelling en respect hebben. Naar beneden lopend, passeren we een oud vrouwtje. Ze is oud, alleen op deze wereld en wacht hier op haar dood. Door gaven probeert ze voor haar crematie te zorgen. We geven haar ieder 100 roepies en zeggen onze namen. Die zal ze tijdens haar gebed in de Ganges noemen. Dan is het grote moment daar. Tussen werkers en familieleden van de overledenen stappen we de crematieplaats op. We vallen helemaal stil. Wat een belevenis. Het is niet te omschrijven. Half en gedeeltelijk verbrande lijken.
Een aanstaande crematie. We ondergaan dit met heel veel respect en ontzag. Na vijf minuten verlaten we de plaats. We zijn allemaal erg onder de indruk en ieder loopt een poosje met haar/zijn eigen gedachten. Door een wirwar van straatjes gaan we terug naar het leven. Op een dakterras, onder het genot van een cola, praten we na over wat we even daarvoor beleefd hebben. Het is nog zo onwerkelijk. Maar het leven gaat verder, en wij ook. We zoeken een fietsriksja op en terug naar het hotel.
De rijder weet niet helemaal de weg, maar met een beetje hulp komen we er weer. Daar een fris drankje en een soepje. Tomatensoep met eggdrop voor mij en een sweet and sour, not spicy voor Phons. Nou spicy was het wel. Om 5 uur gaan we met de hele groep weer naar de Ghats om een hindi-ceremonie bij te wonen. Een hele sliert riksja’s gaat op pad. Bij Dasaswamedh Ghat gaan we op de boot. We varen langs de oevers van de Ganges. Het water staat best hoog en er zijn weinig trappen te zien. We houden halt bij Burning Ghat. Voor de meesten is dit de eerste keer dat ze het zien. Niet voor ons. Opnieuw krijgen we uitleg en mogen we gaan kijken. Het is er nu veel drukker. We moeten zelfs over de wachtende lijken heenstappen.
Opnieuw is het indrukwekkend, maar afgelopen middag was het beter, plechtiger, ingetogener, meer besloten. Ik weet het niet. Maar niet iedereen vindt dat zo. Wij hebben vanmiddag natuurlijk met een klein groepje de Ghat bezocht. Toch anders. Sommige mensen kunnen het niet aan, om te gaan kijken en wachten beneden. Op de crematieplaats is het loeiheet, je smelt zowat. Kees mag stiekem een foto maken, maar dat kost hem wel 500 roepies. Daar willen we wel een kopie van. We verlaten Burning Place en varen een eind verder.
Op een bepaalde plek manoeuvreert de boot zich op een mooi plaatsje en we liggen helemaal vooraan. Klokslag 7 begint het spektakel. Ook wij doen mee aan de ceremonie en laten schalen met bloemen, kaarsjes en kruiden in de Ganges glijden. De lichtjes zijn prachtig. Het is een heel ritueel. Drie priesters gaan voor in de ceremonie, die gepaard gaat met veel muziek, gezang en vuur. De rest van de kaarsjes ( een klompje vet met lontje op een stukje papier ) worden door Pauline en mij over boord gezet. We hebben het er druk mee, want het zijn er zo’n dikke honderd. Als al het werk erop zit krijgt iedereen melkthee in kleikommetjes. Onze thee belandt in de rivier. Geen risico. De ongebakken kommetjes mogen ook terug in de rivier. Nou, eentje gaat er mee naar huis als souvenir. Als de één uur durende ceremonie is afgelopen, vaart de boot naar de kant en stappen we uit. Het wordt tijd om te eten. Met de riksja gaan we naar El Parador. Daar bestel ik een pizza, maar die is echt niet te vreten. De bodem is van karton en de rest is ook niks. Gelukkig heeft Phons alleen maar bier besteld. Na het afrekenen lopen we terug naar het hotel. Onderweg is het donker en best nog druk. Na een hele tippel arriveren we bezweet bij Pradeep. We zoeken meteen ons bedje op, na weer een enerverende dag. Om 11 uur gaat het licht uit.
26 juli Varanassi (12e reisdag)
Astrid wilde om 5 uur vertrekken voor de boottocht over de Ganga (=Ganges). Omdat de meerderheid van de groep dit te vroeg vindt, gaan we om 6 uur. Half 6 loopt de wekker af, en het is opvallend, hoe makkelijk ik zo vroeg op kan staan. Dat is thuis wel anders. Als we het hotel uitlopen vechten de fietsriksjarijders om klanten. Een ouwe dibbes wil zelfs de band van zijn collega leeg laten lopen, omdat Jantien en Vincent niet bij hem instappen. Rond 6 uur is Varanasi al aardig ontwaakt. Na 20 minuten schudden worden we gedropt en betalen 30 roepies. Het is nog een klein stukje lopen naar Dasaswamedh Ghat, waar de boot voor ons klaar ligt. We roeien eerst stroomopwaarts. Door de krachtige stroming met draaikolken is dit zwaar werk.
We zien de pelgrims zich wassen in de Ganges. Deze heilige rivier wordt gebruikt om te wassen, baden en drinken, tanden te poetsen, lijken te dumpen. Ja, wat eigenlijk niet ? We varen langs een aantal Ghats en genieten met volle teugen van dit vroege schouwspel. Na drie kwartier roeien wordt de motor even aangezet en varen we naar het middengedeelte van de rivier. Op de stroming glijdt Varanasi aan ons voorbij.
Het is hoog water, maar het peil is aan het zakken. We leggen nog even aan bij Burning Ghat, waar ik op mijn donder krijg, als ik van te dichtbij een foto wil maken. We zien de “eternal flame”, die als bron dient voor alle brandstapels. Dan springt Marianne aan boord, die de rest van de excursie meegaat. Ton en Pauline zijn ziek en Frans is moe. Zij zijn er vandaag niet bij. Als we naar de kade varen zien we nog een lijk voorbijdrijven.
We gaan aan wal en lopen naar een restaurant met dakterras, waar we van een welverdiend ontbijt gaan genieten. We bestellen allebei 2 fried eggs on toast, een cola en een big pot of black tea. Het is een beetje aan de vettige kant, maar het smaakt prima. Voor 120 roepies zijn de magen gevuld. We hebben een prachtig uitzicht over de oudste stad van de wereld, die niet vernietigd is. Jeruzalem is ouder, maar een paar keer verwoest geweest en opnieuw opgebouwd. We nemen voor 200 roepies een motorriksja nar Sarnath. Dit is de plaats waar Buddha onder een bodi-boom verlichting kreeg.
Onderweg wordt Frans opgepikt en na zo’n 3 kwartier, met gevaar voor eigen leven, komen we op de bestemming aan. De chauffeur reed als een gek, keihard en overal voorrang nemend. Het verkeer is één grote chaos en alles krioelt door elkaar. Omdat we met Kees en Irma als eertsen aankomen, en we moeten wachten op de rest, drinken we op een klein terrasje een cola van 12 roepies. Astrid heeft een oud mannetje als gids geregeld. Hij vertelt zeer gedetailleerd het verhaal van Buddha en geeft informatie over het boeddhisme.
We bezoeken een aantal tempels, waaronder een Japanse en zien de derde generatie bodi-boom, waaronder Buddha verlicht werd. José neemt 2 afgevallen blaadjes mee om te drogen. We lopen naar een grote stoepa en wandelen nog wat rond. Dan maakt Astrid een einde aan de rondleiding. Iedereen vindt het genoeg geweest. Bij een stalletje kopen we een Vishnu-beeldje voor 10 en een Buddha-tableautje ook voor 10. De opdringerige handelaren, die met je meelopen, vragen hiervoor het tienvoudige. De motorriksja brengt ons in 20 minuten terug naar hotel
Pradeep. Het was weer net zo spannend onderweg. We zijn flink bezweet en onder het stof en nemen eerst een verfrissende douche. Dan eten we in het restaurant een heerlijke tomatensoep en drinken een paar pilsjes. Omdat we geen zin hebben om weer de drukte in te gaan, besluiten we om een paar uur op bed te gaan liggen. De warmte en het drukke programma zijn vermoeiend en daar mag je af en toe best even aan toegeven.
Ik zet de wekker op 5 uur. Als ik lig ben ik zo in dromenland. We worden allebei wakker van de wekker, kleden ons aan en gaan in het restaurant een pintje pakken. Daniëlle en Jeroen schuiven aan en later volgen Astrid, Jantien en Vincent. We besluiten hier ook maar te eten en bestellen een vegetable chop shuy en een vegetable chow mein. De chop mein is een beetje flets en er is geen sambal bij. We kletsen gezellig over voetbal, koetjes en kalfjes en gaan om 10 uur onze kamer opzoeken. De tassen prepareren, want morgen gaan we weer verder, en dan lekker slapen.

